Nummer 23.471 in de wachtrij

Longread: ±5 minuten

Elk jaar ga ik wel naar Londen om vrienden en familie te bezoeken en altijd kijk ik naar het programma van National Theatre. Maar ik ga nooit. De grote producties zijn binnen no-time uitverkocht en de prijzen liggen over het algemeen een stuk hoger dan bij ons in Nederland. Eten met vrienden of gewoon ergens op een bank chillen is dan vaak een makkelijkere optie. Maar nu kreeg ik de kans om eindelijk te gaan; ik kon een kaartje dat een vriendin over had voor Angels in America, overkopen. Ik sms’te: ‘Ja. Ja ik wil mee. Ik doe gewoon mijn ogen dicht als ik je het geld geef.’ En zo zat ik twee dagen later naar Angels in America te kijken in een uitvoering die overal 4- en 5-sterrenrecensies had ontvangen en met een cast die ik bijna helemaal herkende uit films- en televisieseries.

Hoewel ik nooit eerder in het theater een productie van NT zag, heb ik wel twee keer eerder een liveregistratie gezien. In Londen wordt de voorstelling gefilmd en in bioscopen over de hele wereld live gestreamd. Sommige registraties komen ook nog later terug, maar zijn dan niet meer live. Het is heel bijzonder om zo dicht op de spelers te zitten, een uitvoering uit een ander land samen met duizenden andere mensen over de hele wereld te bekijken en dat voor een schijntje van de prijs (in Nederland kosten tickets bij Pathé € 12,50). Tegelijkertijd gaat er wat mij betreft niks boven een theaterzaal: de mogelijkheid om zelf te kiezen waar je kijkt, te voelen hoe dichtbij de acteurs zijn en het gevoel van verbondenheid met de rest van het publiek. Zeker bij een stuk als Angels in America dat zoveel over verbinding gaat, en zowel episch als intiem is.

De theatertraditie in Groot-Britannië is sterk. En hoewel ook hier mensen zich zorgen maken over de sector, kijk ik altijd met jaloerse ogen naar de volle zalen, de grote hoeveelheid jongere mensen die je vaak ziet en het gemak waarmee mensen naar het theater gaan. Ondanks de hoge prijzen en de vele uitverkochte voorstellingen voelt het laagdrempeliger. Hier kan iedereen naartoe. Dat is vast niet helemaal waar en er zullen genoeg mensen zijn die nooit naar het theater gaan, maar het feit dat je hier nummer 23.471 in een wachtrij kan hebben om een kaartje te kopen blijft me inspireren. Maar misschien zie je die traditie ook in de uitvoering van de theaterstukken. Ook die zijn vaak traditioneler. (Ook hier geldt natuurlijk dat dit niet voor alle stukken het geval is, en NT staat volgens mij ook bekend als een toegankelijk gezelschap.) Uitvoeringen houden zich vaak in alle opzichten heel trouw aan de tekst. In het eerste deel van Angels in America draait het decor rond van slaapkamer, naar kantoor, naar wc, zodat het altijd duidelijk is waar we zijn. Er zitten nogal wat dubbelrollen in het stuk en de kostuums worden er op aangepast. Als een vrouw een rabbi speelt, draagt ze een baard en keppeltje, de engel heeft vleugels.

Dat is anders dan eerdere uitvoeringen die ik zag van Angels in America. Tijdens het eerste jaar van mijn studie schreef ik een essay over het stuk, las ik de tekst herhaaldelijk, keek ik de mini-serie en bezocht ik de versie van Toneelgroep Amsterdam, die ik opnieuw zag toen ik twee jaar later stage liep bij het gezelschap. In 2015 bezocht ik ten slotte nog de uitvoering van Toneelgroep Oostpool. In elke rol en in elke zin voel ik herinneringen aan de vorige producties. Ik denk aan de aarde in het decor bij Oostpool, aan een afstotelijke en tedere Hans Kesting van Toneelgroep Amsterdam, en aan de stem van Emma Thompson in de mini-serie. In de mini-serie werd ook alles vrij nauwkeurig uitgespeeld, maar in de toneelversies zitten eigenlijk alle veranderingen in het spel. Zowel Oostpool als TA maakten een kaal stuk, dat toch in alle opzichten episch is. Ik vond ze allebei prachtig, maar het is ook heerlijk om te kijken naar een set die alle kanten op draait, een kamer die uit de grond komt en een vuurspuwend boek. Dat zie je niet vaak in de Stadsschouwburg.

Angels in America is opgedeeld in twee stukken. Ik heb alleen een kaartje weten te bemachtigen voor het eerste deel. Al tijdens de voorstelling baal ik ervan dat ik het tweede deel niet kan bezoeken. Hoe zal deze scène eruitzien? Ga ik dit nog zien of zit dat ook al in deel twee? Oh, die emoties in die scènes ga ik missen! De vriendin met wie ik naar de voorstelling ben, heeft het tweede deel al gezien. In de enorme drukte om kaarten te kopen, lukte het haar alleen om eerst deel twee te zien en daarna deel één. Ze vertelt me dat het tweede deel een stuk abstracter is, wat me nog nieuwsgieriger maakt. Gelukkig kan ik het zelf nog meemaken. Ook Angels in America wordt in Nederland gestreamd bij NTLive. Als ik thuis ben, koop ik gelijk kaartjes voor Deel 2 op 27 juli, maar besluit na even twijfelen, om toch ook maar deel 1 nog een keer te zien op 20 juli. Tot die tijd kan ik nadenken over de tradities in onze landen. Waarom Nederlands theater internationaal gerenommeerd is, gezelschappen als Toneelgroep Amsterdam het goed doen, maar thuis zelden uitverkoopt, terwijl ze in het buitenland stampensvol zitten. Moeten we trouwer blijven aan de tekst, of raken we dan júist onze traditie kwijt? Ik heb het antwoord (nog) niet. Ik moet maar heel veel naar het theater gaan om tot het antwoord te komen.

Wordt vervolgd.

 

Angels in America Part I: Millennium Approach wordt op 20 juli live gestreamd in Tuschinski en in andere bioscopen in heel Nederland.

Op 27 juli is Angels in America Part II: Perestroika onderdeel van NTLive.

 

Credits

Foto’s: Helen Maybanks

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *