Rondwandeling #1: De Toerist

Met onze Cultural Lifestyle zitten we vaak binnen, maar ook buiten is zoveel moois te zien! Dus pak je paraplu en zonnebrand (het blijft tenslotte Nederland) en trek je wandelschoenen aan, want de The Cultural Lifestyle gaat de hort op! Elke twee maanden vind je hier een (culturele) wandeling door de stad inclusief tips voor plekken waar je onderweg lekker kan gaan zitten en kan genieten van de beste koffie, wijn en bitterballen. We lanceren de rubriek met een klassieke rondleiding door de stad: De Toerist. Als je een groep toeristen door de stad ziet lopen, weet je bijna zeker dat een groot deel van de rondleiding met deze wandeling zal overlappen. Handig als je (buitenlandse) vrienden op bezoek hebt of zelf weleens wat meer wilt leren van de stad.

 

Toch liever met Gids? Op 2 april, vanaf 11:30, loopt Lisa de rondwandeling met geïnteresseerden. Helemaal gratis! Meld je aan via het Facebook-event of door een mailtje te sturen naar info@theculturallifestyle.nl.

 

Start- & Eindpunt: Centraal Station

Lengte: ongeveer 4 kilometer

Duur: ongeveer 2 uur (met stoppen en lezen bij alle punten)

Onderaan de pagina staat een plattegrond met alle stops en tips in de omgeving.

 

Stops:

 

STARTPUNT: Centraal Station

Koffie: Exki
Borrel: Delirium
Eten: Saigon Caphe, Kyoto Sushi & Grill
Jan ten Compe, Gezicht op het IJ (detail), 1752, olieverf op paneel, 53 x 71 cm., Amsterdam, Amsterdam Museum

We beginnen bij Centraal Station, waar nog steeds de meeste toeristen de stad binnenkomen. Ook in de beginperiode van de stad zullen veel mensen hier de stad in zijn gekomen toen dit gebied nog een haven was.

In de dertiende eeuw begonnen steeds meer boeren en vissers zich te vestigen in het moerassige land langs de Amstel. De grond was misschien niet gunstig, de locatie wel. Het IJ voerde rechtstreeks naar de Noord- en de Zuiderzee wat handelen makkelijk maakte. In 1275 wordt de stad voor het eerst in een officieel document genoemd wanneer graaf Floris V de stad tolprivilege verleent. Hierdoor wordt 1275 vaak als stichtingsjaar genoemd (bijvoorbeeld op die leuke toeristische truien). De stad krijgt volledige stadsrechten (en daarmee eigen rechtspraak) rond 1300. Meestal wordt 1306 als jaar genoemd maar daar is geen bindend bewijs voor. Er woonden waarschijnlijk zo’n 1000 mensen in de stad, maar de stad groeit snel. In de zestiende eeuw verdriedubbelt het inwoneraantal van 10.000 naar 30.000 en komt de stad tot bloei. In de Gouden Eeuw wonen er al zo’n 200.000 mensen in de stad en krijgt het zijn huidige vorm. Over deze periode gaan we het veel hebben tijdens de wandeling.

Maar voor nu nog even terug naar deze plek. De plek waar de schepen de stad binnenkwamen en waar de matrozen de Wallen opgingen. Het water liep tot de negentiende eeuw over het Damrak door tot aan de Dam, waar goederen bij de Waag gewogen werden. Naarmate de tijd verliep verslechterde de toegang tot de haven, bovendien werd de wens tot een treinstation benoemd. Na veel discussies en alternatieve opties werd uiteindelijk toch besloten om het station aan het IJ te plaatsen. Voor de bouw van het station en de treinsporen worden grote delen van de stad drooggelegd en worden nieuwe bruggen gebouwd. In 1875 worden architecten Pierre Cuypers (die ook het Rijksmuseum ontwierp) en Dolf van Gendt (hij was ook betrokken bij het ontwerp van het Concertgebouw en de Stadsschouwburg) aangesteld voor het ontwerp van het treinstation. In 1881 start de bouw, die vervolgens tijdelijk wordt stilgelegd vanwege de onrustige bodem (het is de Noord-Zuidlijn van de 19e eeuw). In 1889 is het station klaar.

Als je met je rug naar het station staat zie je links de Sint Nicolaaskerk. Deze kerk opende in 1887. We komen later terug op de geschiedenis van de Sint Nicolaaskerken in Amsterdam.

 

Loop richting het Damrak en sla bij de stoplichten linksaf. Loop door tot je rechts de Zeedijk op kan. We stoppen op Zeedijk 1, voor café In ’t Aepjen. Welkom op de Wallen!

 

In ’t Aepjen

Ontbijt: Pancakes Amsterdam
Borrel: In ’t Aepjen zelf natuurlijk!

 

’t Aepjen is een van de twee overgebleven houten huizen uit de stad. Het andere houten huis op het Begijnhof bezoeken we later. ’t Aepjen dateert uit de eerste helft van de zestiende eeuw en is daarmee een van de oudste gebouwen van de stad. Ook toen zou dit al een café zijn geweest met dezelfde naam. Op de bovenste verdiepingen sliepen de zeelui in de herberg in hangmatten. Waarschijnlijk dankt het café zijn naam aan Jan Claesz ‘int Aepgen, een bewoner van het huis in de zestiende eeuw. Mooier zijn de verhalen van het illegale café waar de zeemannen zich te pletter dronken en vervolgens de rekening niet konden betalen. In plaats van geld beloofden zij de kroegbaas in natura te betalen met exotische dieren, vooral aapjes waren zeer geliefd. De uitdrukking ‘in de aap gelogeerd zijn’ zou ook hiervandaan komen. Vanwege de erbarmelijke omstandigheden in de herberg en de vlooien die verspreid werden door de vele apen die in kooitjes in het café zaten. Er wordt zelfs gezegd dat de eigenaar op een gegeven moment zoveel exotische dieren in zijn bezit had dat hij ze cadeau heeft gegeven aan een vriend met een grote tuin in de Plantagebuurt. Deze tuin zou uiteindelijk uitgroeien tot Nederlands oudste dierentuin: Artis. Echt bewijs van deze verhalen is er niet. Wel weten we zeker dat er ook 500 jaar geleden in deze buurt al veel werd gedronken en gehoereerd. De matrozen kwamen van lange zeereizen en vonden hier hun pleziertjes, voor ze weer het schip op moesten. Prostituees liepen op straat, veelal vrouwen van matrozen die voor zichzelf moesten zorgen wanneer de mannen op zee waren. De Wallen is nog steeds de belangrijkste rosse buurt van Amsterdam. Er zijn nog twee andere locaties waar prostituees in ramen mogen staan, rondom het begin van het Singel en aan de Ruysdaelkade in de Pijp. Ook tijdens deze wandeling is er een goede kans dat we vrouwen in ramen zien staan. Ze huren een raam voor een dagdeel voor rond de € 200. De standaard- (en minimum)prijs die zij rekenen is € 50 per kwartier, meestal alleen voor orale seks, soms ook voor penetratie. Prostituees zijn zelfstandigen die niet voor een pooier mogen werken. De wijk en prostituees in het algemeen worden beschermd door de politie. Respecteer hun wens om niet gefotografeerd te worden.

 

We slaan vlak voor de brug rechtsaf de Sint Olofssteeg in en steken de volgende brug naar links over om aan de overkant van Ons’ Lieve Heer op Solder opnieuw te stoppen.

 

Sint Nicolaaskerken in Amsterdam

Koffie: Quartier Putain
Reinier Vinkeles (naar J. Buys) Beeldenstorm, 1566, 1783–1795, ets, 160×100mm., Amsterdam, Rijksmuseum

Vanaf dit punt kunnen we de drie Sint Nicolaaskerken zien die Amsterdam gekend heeft. De eerste Sint Nicolaaskerk is de tegenwoordige Oude Kerk. De kerk heet niet voor niks zo. In de dertiende eeuw toen de stad nog gloednieuw was, werd op deze plaats een houten kapel geplaatst. Naarmate de stad groeide, groeide ook de kerk. Bovendien kwamen er op steeds meer plekken in de stad kerken te staan. Zo kreeg deze kerk al snel de bijnaam de Oude Kerk. Officieel heette de kerk de Sint Nicolaaskerk, naar de beschermheilige van de stad. Sint Nicolaas is net als de meeste heiligen, patroon van een heleboel beroepen. Hij was onder andere beschermheilige van zee- en kooplieden, maar ook van ongehuwde vrouwen en prostituees, en – niet onbelangrijk – van kinderen. In de zestiende eeuw kwamen steeds meer gelovigen in opstand tegen de uitvoering van het Christendom. In combinatie met de politieke onrust en de frustratie met de Spaanse (Katholieke) overheersing keerden steeds meer Nederlanders zich tot het Protestantisme. In 1566 vond de Beeldenstorm plaats op meerdere plekken in Nederland. Ook in de Oude Kerk trok het volk woest naar binnen en vernietigden waar mogelijk beelden. Pas in 1578 vond de Alteratie van Amsterdam plaats. Een relatief vreedzame overgang van katholicisme naar protestantisme. De priesters werden letterlijk op een bootje gezet en de stad uitgevaren en de kerken werden wit geschilderd en ontdaan van beelden, de inrichting werd aangepast en vanaf dat moment waren alle kerken in Amsterdam Protestants. Vanaf dit moment heet de Oude Kerk ook officieel de Oude Kerk. Hoewel er geen vrijheid van religie was, werd wel gewetensvrijheid geïntroduceerd. Niet-protestanten mochten dan weliswaar geen kerken bouwen, hun geloof niet in het openbaar tonen en geen bestuursfuncties bekleden, ze mochten nog wel geloven wat ze zelf wilden. We weten dat zo’n 30% van de Amsterdammers Katholiek bleef en er daarnaast nog allerlei andere geloven werden aangehangen, waarvan het Jodendom een belangrijke is om te noemen. Ze gingen allemaal naar gebedshuizen, ook al kon je deze van de buitenkant niet zien. Aan de overkant staat een van deze huiskerken, tegenwoordig Museum Ons’ Lieve Heer op Solder. In de zeventiende eeuw stond het bekend als ’t Hart of ’t Hert, naar de oorspronkelijke bewoner en bouwer van de kerk Jan Hartmann, of ’t Haentje, naar de steeg vanwaar de bezoekers de kerk binnengingen: de Heintje Hoeksteeg. Ook deze kerk was gewijd aan Sint Nicolaas. De kerk opende in 1663, had dagelijks twee diensten en op zondag vier, zoals in die tijd gebruikelijk was. Er gingen waarschijnlijk zo’n 100-150 man naar de mis. Van schuilen was dus geen sprake, we weten inmiddels dat het algemeen bekend was waar de huiskerken zaten. We weten dat er klachten zijn geweest over deze kerk en dat er Protestanten in het woonhuis hebben gewoond. Het was allemaal geen reden om de kerk te sluiten. Zolang er niet te veel overlast was, was het interessanter om de kerk open te houden. Als bewoners van een handelsstad besefte de Amsterdammers maar goed genoeg dat het economisch interessanter was om tolerant te zijn naar anderen geloven dan ze te onderdrukken, bovendien hadden de Protestanten onder de Spanjaarden zelf ondervonden hoe het was om onderdrukt te worden en waren daarom relatief vrijzinnig.

Emanuel de Witte, Interieur van de Oude Kerk, 1661, olieverf op doek, 101.5 x 121 cm., Amsterdam, Amsterdam Museum

Tegenwoordig staat Nederland nog steeds bekend als een tolerant land, met Amsterdam voorop. Zo was Nederland het eerste land waar het homohuwelijk werd gelegaliseerd in 2001. Bovendien komen natuurlijk jaarlijks vele toeristen naar Amsterdam voor het tolerante seks- en drugsbeleid. Prostitutie is legaal in Nederland, maar zoals de meeste van jullie weten is de drugsindustrie niet legaal, maar wel gedogen en gereguleerd. In veel opzichten is de hedendaagse benadering van coffeeshops vergelijkbaar met de benadering van niet-protestantse kerken in de zeventiende en achttiende eeuw. Bij beide gebouwen is aan de buitenkant niet zichtbaar wat erbinnen gebeurt. Coffeeshops heten coffeeshops omdat ze niet mogen adverteren dat er drugs verkocht worden. Beide kunnen (gemakkelijk) gesloten worden bij overlast. En beide zijn interessant voor de economie. Oftewel, zolang we er geld mee verdienen en er niet te veel last van hebben, doen we gewoon alsof we ze niet zien. Simpel!

Aan het einde van de achttiende eeuw kwam er weer vrijheid van religie en later mochten er ook weer kerken gebouwd worden. In 1887 opende de Sint Nicolaaskerk die we rechts van ons zien. Ons’ Lieve Heer op Solder had geen functie meer als kerk en werd een museum. Het is daarmee het een-na-oudste museum van Amsterdam, alleen het Rijksmuseum is ouder.

 

We lopen door tot de volgende brug en slaan daar linksaf door de smalle Korte Niezel. De volgende gracht vormt het hart van de Rosse Buurt. Op deze gracht bevinden zich naast vele ramen ook meerdere seksclubs. Wij steken de brug over en slaan aan de andere kant van het water rechtsaf. We gaan de Boomsteeg in en stoppen hier opnieuw.

 

Zeedijk

Koffie: Latei
Eten: A-fusion, Dum Dum Palace, New King
Johan Coenraad Braakensiek, Hartjesdag, 1926, doek, 150 x 117 cm., Amsterdam, Amsterdam Museum

Vanaf hier zie je perfect dat de Zeedijk een echte dijk was. Deze werd gebouwd om de stad te beschermen tegen het IJ (en indirect de Zuiderzee). In de twintigste eeuw gaat het slecht met de buurt en in de jaren 70 en 80 wordt de straat een no-go gebied vanwege de heroïne- en andere harddrugshandel in de buurt. Inmiddels is de buurt en de straat ontzettend opgeknapt en is het de perfecte plek om heerlijk Chinees/Aziatisch te eten.

We gaan de treden op en slaan rechtsaf de Zeedijk op. We lopen langs de Boeddhistische Fo Guang Shan He Hua Tempel. De grootste tempel in Europa die in traditionele Paleisstijl is gebouwd. De tempel werd in 2000 door toenmalige koningin Beatrix geopend. Het is een belangrijk sociaal punt voor de Boeddhistische gemeenschap in Amsterdam en elk jaar wordt hier Chinees Nieuwjaar gevierd.

 

We lopen door naar de Nieuwmarkt en staan weer stil aan de terraskant van De Waag.

 

Nieuwmarkt

Koffie: ’t Loosje

We staan nu op de Nieuwmarkt waar vroeger, je raadt het al, dagelijks markt was. Het terrein was opgedeeld in verschillende vakken waar verschillende branches hun waar verkochten. Nog steeds staan er dagelijks een paar kraampjes en is er regelmatig een grotere markt op het plein, zoals de biologische markt op zaterdag. Het gebouw waar we naar kijken is tegenwoordig een chic restaurant maar heeft vele functies gekend. Het werd in eerste instantie in de vijftiende eeuw als toegangspoort tot de stad gebouwd: de Sint Antoniespoort. Samen met de stadsmuur en verdedigingspoorten diende het als bescherming voor de stad. In de zeventiende eeuw werd de stad significant uitgebreid en de muur gesloopt. De poort verloor zijn functie en werd een Waag; een plek waar goederen gewogen en belast werden. De waag die destijds op de Dam stond moest worden ontlast. Bovenin de Waag vestigden zich verschillende gildes, van de schilders, smeden, metselaars en chirurgijns. Je ziet hun persoonlijke ingangen nog boven de deuren staan. Hier kreeg Rembrandt ook zijn inspiratie voor De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp, die hier had plaatsgevonden. Later in zijn leven woonde hij hier vlakbij, in de huidige Jodenbreestraat. Het huis is tegenwoordig een museum dat op basis van een inventaris, tekeningen en schilderijen opnieuw is ingericht zoals het er uitzag toen Rembrandt er woonde. In de tweede helft van de zeventiende eeuw kreeg de straat al de bijnaam Jodenbreestraat vanwege de vele Joden die hier in de buurt woonden. Al in 1661 mocht er een zichtbare synagoge gebouwd worden. Pas in 1675 opende de Portugees-Israëlietische Synagoge, die nu te bezoeken is via het Joods Cultureel Kwartier. Het was destijds de grootste synagoge van Europa. De Protestanten waren duidelijk banger voor de Katholieken dan de Joden. De buurt bleef grotendeels Joods tot de Tweede Wereldoorlog. Vanuit heel Nederland werden Joden naar Amsterdam gebracht om bij andere Joden in te wonen. Tegen het einde van de oorlog woonde hier niemand meer. Toen de Hongerwinter toesloeg, kwamen Amsterdammers naar deze plek om aan hout te komen. Ze haalden de huizen leeg en er wordt zelfs gezegd dat ze de fundering uit de grond haalden. Na de Tweede Wereldoorlog was de straat volledig verwoest en werd deze opnieuw ingericht. In Amsterdam woonde voor de oorlog naar schatting 80.000 Joden, slechts vijfduizend overleefden het.

We hopen in een andere wandeling verder in te gaan op de Joodse geschiedenis van Amsterdam.

Hans Peters, Rellen bij ontruiming panden in Nieuwmarktbuurt in Amsterdam, 24 maart 1975, Nationaal Archief / Fotocollectie Anefo Reportage

Hoewel de Jodenbreestraat volledig is verwoest is de Nieuwmarkt indrukwekkend in stand gebleven. Naast de Waag zijn er nog veel meer prachtige huizen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Op nummer 20 en 22 staan de oudst gedateerde huizen van de stad, die uit 1605 stammen. Hier kan je ook zien hoe scheef veel huizen in de stad zijn. Dat is gedeeltelijk de bedoeling geweest.  De meeste huizen in Amsterdam zijn gebouwd met een naar voren hellende gevel, zeker als het om pakhuizen gaat. Dit zorgde ervoor dat het makkelijker was om goederen naar boven te takelen zonder dat een ruit of de gevel zelf beschadigd raakte. Als een huis opzij of naar achteren leunt is er wel iets misgegaan. Amsterdam is immers gebouwd op palen in een moeras. Oorspronkelijk waren dit houten palen. Zolang het waterniveau gelijk bleef, was er niks aan de hand, maar als dit zakt, reageert het hout met zuurstof en gaat het rotten. Als er instortingsgevaar is, grijpt de gemeente in en moet de fundering vervangen worden.

Dat wij hier kunnen staan om de architectuur en geschiedenis kunnen bespreken was bijna niet mogelijk geweest. In de jaren zeventig ontstond het plan om hier een snelweg te bouwen en de metrospoorbaan hier te laten lopen. Bewoners gingen fel in protest en in 1975 vonden hier de Nieuwmarktrellen plaats. Er werd gebruik gemaakt van waterkanonnen, traangas, brandbommen en er werd flink op los gemept. Uiteindelijk ging het plan van de baan, maar de onrust in de stad ging verder met grote krakersacties en -protesten.

 

Voor nu gaan we verder. We lopen aan de rechterzijde van de Kloveniersburgwal tot aan de Bussluis, daar slaan we rechts de Oude Hoogstraat in en gaan gelijk aan de linkerkant de binnenplaats van het Bushuis op.

 

Bushuis/Oostindisch Huis

Ijs: Tofani
Koffie: KOKO
Anoniem, Het Oost-Indisch Huis te Amsterdam, 1650-1724, ets en gravure, 224 x 300 mm., Amsterdam, Rijksmuseum

Op de binnenplaats van het Bushuis wordt stilte verwacht. Houd hier rekening mee als je naar binnengaat.

Tegenwoordig is het Bushuis onderdeel van de Universiteit van Amsterdam. Zoals je echter boven de deur kan zien zat hier bijna 200 jaar het Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Het wordt daarom ook wel het Oost-Indischhuis genoemd. In 1603 huurden ze een deel van het gebouw dat als arsenaal werd gebruikt, een plek voor het bewaren en repareren van militie en wapens, waaronder buskruit. Men is in 1604 met de bouw van een nieuw Oost-Indischhuis begonnen. Het ontwerp werd gemaakt door stadsarchitect Hendrik de Keyser en in 1606 werd het in gebruik genomen. Het arsenaal verplaatste naar de Singel. Hier konden zeevaarders zich registreren, vaak wanhopige jonge mannen die de zeevaart als laatste uitweg zagen. Hier werden ook goederen die de stad binnengekomen geveild, wat ervoor zorgde dat het in de buurt altijd naar kruidnagel en nootmuskaat rook.

 

We gaan weer terug naar buiten en slaan rechtsaf de Kloveniersburgwal op.

De gevel van het Bushuis is uit de negentiende eeuw. We lopen langs het Compagnietheater, een voormalige Lutherse kerk, nu een theater. De houten pilaren in de Grote Zaal stammen nog uit de kerk, verder is alles eruit gehaald en naar andere kerken in Nederland gegaan.

Meteen na het Compagnietheater slaan we rechtsaf de Spinhuissteeg in en lopen door tot het einde van de steeg.

 

Spinhuis

Eten: De Engelbewaarder

 

We staan voor het voormalige Spinhuis, een vrouwengevangenis of tuchthuis, dat hier in 1597 werd opgericht en in gebruik bleef tot het in 1782 verhuisde naar de Roetersstraat. Ondeugdzame vrouwen – lees: prostituees en bedelaressen – werden hier voor straf naartoe gestuurd en konden (in theorie) bij goed gedrag ook weer vrijgelaten worden, een revolutionair idee voor die tijd. Voorheen werden gevangenen alleen tijdelijk opgesloten voordat ze hun lichamelijke straffen zouden ondergaan. In andere landen bestonden ook al kerkers waar gevangenen in werden opgesloten, maar daar was geen mogelijkheid tot rehabilitatie. Vrouwen kwamen hier om, je raadt het al, te spinnen en te naaien. Mannen werden naar het Rasphuis gestuurd waar ze brazielhout tot pigmentpoeder raspten. Die poort is nog te zien bij de ingang van de Kalvertoren aan de Heilige weg. Het waren  populaire attracties voor bezoekers buiten de stad die voor een klein bedrag naar binnen konden. Tijdens de kermistijd was het gratis en kwamen vooral de Amsterdammers langs. Boven de deur zien we een mooi reliëf, dat wederom aan Hendrick de Keyser is toegewezen. We zien drie vrouwen. De rechtervrouw wordt gegeseld door de middelste vrouw, de linkervrouw wordt deze straf vooralsnog bespaard. Wellicht dat zij wel heeft geluisterd naar de tekst van P.C. Hooft die eronder is geschreven.

Schrik niet ik wreek geen quaat maar dwing tot goet

Straf is myn hant maar lieflyk myn gemoet

De datum boven het reliëf is 1645. In 1643 brandde het gebouw af en in 1645 werd hier een nieuw Spinhuis geplaatst met deze poort.

We zien hier ook het wapen van Amsterdam. Wat precies de betekenis is van de drie kruisen blijft een mysterie. Het wapen stamt vermoedelijk af van geslacht Persijn. Jan Persijn was tussen 1280 en 1282 heer van Amsterdam en het wapen heeft overeenkomst met het familiewapen van Persijn en de wapens van Amstelveen en Ouderkerk aan de Amstel dat eveneens in het bezit van de familie zat. Het zou ook de drie kruisen kúnnen verklaren: Ouderkerk heeft vijf kruisen, Amstelveen vier en Amsterdam als nieuwste nederzetting blijft over met drie. De vorm van de kruisen is in elk geval die van Sint Andreas, die zo gekruizigd werd, maar er het is onduidelijk wat zijn verbinding met Amsterdam is. Een andere mythe luidt dat de kruisen de drie plagen vertegenwoordigen, wat ook de kleuren zou verklaren. Rood voor vuur, wit voor water en zwart voor de pest. Ook wordt gezegd dat de zwarte baan het water van de stad verbeeldt.

Door de eeuwen heen is het wapen aangepast. De leeuwen staan er soms wel en soms niet bij en ook de kroon veranderde afhankelijk van de politieke situatie. Tijdens of na de Tweede Wereldoorlog werd het motto Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig toegevoegd.

Links van de deur zien we ook nog een andere fascinerende uitvinding: de reflector. Gemaakt voor het reflecteren van wildplassers. Tegenwoordig bestaat er verf die onzichtbaar is en hetzelfde effect heeft.

 

We slaan linksaf  en steken rechts de brug over om via de Sint Agnietensteeg naar de Lommertbrug te gaan, die aan je rechterhand ligt op de Oudezijds Voorburgwal.

 

Stadsbank van Lening

Lunch: De Laatste Kruimel

 

Links voor ons zien we de Stadsbank van Lening, die hier in 1614 werd opgericht op een plek waar daarvoor een klooster stond. Andere namen voor zulke instellingen zijn pandjeshuis of een lommerd. Dit is de oudste geldverstrekker van Amsterdam en is nog steeds een plek om goederen in onderpand te brengen. De instelling werkt zonder winstoogmerk. Boven de ingang zien we deze tekst staan die in 1740 door Balthazar Huydecoper werd geschreven.

Hebt gy noch geld, noch goed, gaa deeze deur voorby.

Hebt gy het laatste, en mist gy ’t eerste, kom by my.

Geef pand, ik geef u geld, waarom zoude ik u borgen

Of is ’t u niet genoeg dat gy van ’t mynen teert.

Maar eyst gey u pand terug, zo dient ge in tyds te zorgen

Dat my myn hoofdsom, met de rente wederkeert.

Zo help ik u en my, en toon, aan de onderzoekers

an myn geheymen, ’t graf des eervergeeten woekers.

 

We lopen zelf via de Enge Lommertsteeg door naar het Spui via de Nes. In de steeg komen we ook de oorspronkelijke ingang tegen.

Tot behulp voor den noodt druftigen(=armen) is hier gestelt

DE BANCK VAN LEENINGE voor een cleyn gelt.

 

Aan de Nes zaten naast het klooster van de Stadsbank nog vier andere kloosters. Na de Alteratie kregen ze allemaal nieuwe functies. Er werd veel handel gedreven in de straat. In de negentiende eeuw werd het een echte uitgaansstraat, met café chantants, bordelen, Tivoli en het Salon des Variétés. De gemeente besloot echter tegen het einde van de eeuw de straat weer op te knappen en het terug te brengen naar een handelsgebied. Zo werd Frascati een belangrijke tabakveiling. Tegenwoordige is dit een echte theaterstraat, met De Brakke Grond, Frascati (tegenwoordig ook in de voormalige Engelenbak), het Tabacco Theater en het Comedy Theater in de Nes.

Anoniem, Druk bezochte veiling in veilinghuis Frascati aan de Nes in Amsterdam (detail), 1918, albuminedruk, 219 x 287 mm., Amsterdam, Rijksmuseum

Na de Nes steken we door naar het Rokin en slaan we linksaf. Bij het water slaan we rechtsaf en lopen we via de Taksteeg en Rozenboomsteeg naar het Spui. 

 

Spui

Lunch/High Tea: Gartine

Ook het Spui is een gedempte gracht en tot 1425 vormde dit de zuidelijke stadsgrens. We zijn nu dus al van het noorden naar het zuiden gelopen van het vijftiende-eeuwse Amsterdam. Aan het einde van de negentiende eeuw werd het water gedempt.

In de jaren 60 was dit het epicentrum van de Provobeweging, die om het Lieverdje, het beeld tegenover boekhandel Athenaeum, verzamelde. Het beeld komt uit een verhaal uit 1947 van Henri Knap en symboliseert het Amsterdamse straatschoffie met een gouden hart. Na een gipsen exemplaar werd door de tabaksproducent Hunter een bronzen beeldje geschonken. Volgens “anti-rookmagiër” en toonaangevend Provo Robert Jasper Grootveld was dit beeldje het symbool van de vercommercialiserende maatschappij. De provo’s kwamen hier wekelijks samen voor ‘happenings’ en om (grotendeels) geweldloos te protesteren tegen de gevestigde orde door met ludieke acties te provoceren. Het witte-fietsenplan is een van hun bekendste acties, waarbij zij overal in de stad witte fietsen neerzetten. Deze fietsen konden door iedereen gebruikt worden en moesten niet op slot worden gezet. Op de Hoge Veluwe wordt dit systeem (gereguleerd) nog steeds toegepast en vergelijkbare systemen zijn over de hele wereld terug te vinden. Een andere bekende ludieke actie vond hier plaats, waarbij Koosje Koster krenten uitdeelde om de mensen op de krenterigheid van de Nederlanders te wijzen. De politie wist niet hoe zij met dit soort acties om moest gaan en arresteerde haar. Ook werden leuzen als “Vrijheid van Meningsuiting” en “Recht op Demonstratie” verboden. De demonstranten werden vervolgens ook met een onbeschreven laken gearresteerd. De beweging hief zichzelf in 1967 op.

Maar de jaren zestig bleven onrustig. In 1969 werd het Maagdenhuis vijf dagen bezet door studenten die meer inzet in het universiteitsbestuur eisten. Deze traditie herhaalde zich nog vele malen, het meest recent in 2015, toen het pand ruim zes weken bezet werd. In de jaren zeventig streden kunstenaars voor een verandering in de gezagsverhoudingen en een verbeterd cultureel klimaat. Zo ontstond Aktie Tomaat, Aktie Notenkraker en werd de Eregalerij in het Rijksmuseum bezet.

 

Begijnhof

Houd rekening met de bewoners van het Begijnhof en wees stil zodra je naar binnengaat.

Aan het Spui zit ook het Begijnhof, een van de bekendste toeristische attracties van Amsterdam. Het Begijnhof is het enige middeleeuwse hofje in Amsterdam en is waarschijnlijk omstreeks 1346 gebouwd. In tegenstelling tot de rest van de stad ligt het nog op oorspronkelijk straatniveau, vandaar dat we zo de trap naar beneden nemen. Het hofje ligt ongeveer een meter lager dan de rest van de stad.

Zoals de naam al doet vermoeden woonden hier begijnen. Een soort nonnen, maar met meer vrijheid: ze legden een belofte van kuisheid af en beloofden trouw te zijn aan de pastoor, maar zij mochten elk moment het hof verlaten. De laatste begijn stierf in 1971. Het begijnhof is de enige katholieke instelling die ook na de Alteratie bleef bestaan. De huizen waren particulier eigendom en hoefden daarom niet afgestaan worden, de kapel werd wel overgedragen. In 1607 betrokken de Engelse en Schotse presbyterianen de kerk. In 1671 werd tegenover de oorspronkelijke katholieke kerk, een nieuwe huiskerk gebouwd.  Deze was gewijd aan Johannes en Ursula en is nog steeds te bezichtigen. Dit is tegenwoordig ook de plek waar het Mirakel van Amsterdam wordt geëerd.

Onbekend, Processievaandel, 1555, linnen, zijde, olieverf, 92 x 73,5 cm., Amsterdam, Amsterdammuseum

Op 15 maart in 1345 vond een wonder plaats in Amsterdam. Een stervende man kreeg de laatste sacramenten toegediend op zijn sterfbed. De hierbij behorende hostie had hij weer uitgebraakt en werd door zijn vrouw weggegooid in het haardvuur. De volgende dag lag de hostie onbeschadigd in de haard. Toen zij het in een kistje stak en aan de priester in de Sint Nicolaaskerk gaf, lag het de volgende dag opnieuw in het woonhuis. Dit herhaalde zich de volgende dag. Er werd besloten een nieuw gebedshuis te bouwen en Amsterdam werd een bedevaartsoord. Het wonder werd jaarlijks gevierd met een sacramentsprocessie. Na de Alteratie werd deze verboden, hoewel bekend is dat individuen nog wel de processie liepen in de zeventiende en achttiende eeuw. In 1881 startte de traditie van de Stille Omgang. Er was, ondanks de inmiddels geïntroduceerde godsdienstvrijheid, nog wel een processieverbod. En zo werd de omgang in stilte gehouden. Het processieverbod werd in 1983 opgeheven, maar de Stille Omgang wordt nog steeds jaarlijks gelopen rond 15 maart.

Meerdere huizen op het Begijnhof hebben nog hun oorspronkelijke middeleeuwse houtskeletten. Alleen het ‘Houten Huys’ heeft nog een houten voorgevel. Het werd omstreeks 1530 gebouwd.

Tegenwoordig wonen er nog steeds alleenstaande katholieke vrouwen van boven de dertig.

 

Amsterdam Museum

Jacob Adriaensz. Backer, De regentessen van het Burgerweeshuis, 1633-1634, olieverf op doek, 238 x 274 cm., Amsterdam, Amsterdam Museum

We gaan via de andere kant naar buiten en slaan gelijk linksaf, richting het Amsterdam Museum. Hier kunnen we gratis een stukje kunst van de stad zien. In de schuttersgalerij hingen lange tijd alleen maar schuttersportretten. De schutterij was een lokale militie die de stad beschermden en als een soort politie, brandweer en leger diende. Het bekendste schuttersportet is waarschijnlijk de Nachtwacht. Tegenwoordig hangen er veel nieuwe(re) werken en toont de galerij hoe schuttersportretten de schilderkunst hebben beïnvloed en hoe je het genre nog steeds ziet. De galerij benadrukt ook de diversiteit in Amsterdam en hoe de verschillende groepen samenleven. Naast de schilderijen staan er beelden van David en Goliath. De beelden vertellen het Hebreeuwse verhaal waarbij de kleine David de reus Goliath verslaat door een steen tussen zijn ogen te slingeren. Ze werden omstreeks 1650 gemaakt voor het Oude Doolhof, een pleziertuin op de hoek van de Prinsengracht en de Looiersgracht. Het stond vol met mythologische, Bijbelse en historische beelden. Goliath kan, net als andere beelden in het park konden, mechanisch bewogen worden. Nog steeds schudt hij af en toe zijn hoofd en draait hij met zijn ogen.

We lopen door de galerij heen en slaan linksaf en gelijk weer rechts om uit het museum (dat voorheen een kindertehuis was) te gaan. We lopen hier langs verschillende gevelstenen die hier zijn samengebracht. Via de Nieuwezijds Voorburgwal lopen we terug naar de Dam. Bij de Paleisstraat slaan we rechtsaf. Voor het Paleis houden we onze laatste stop.

 

Dam

Ijs: Metropolitan Deli
Jacob van der Ulft (toegeschreven aan), De Dam te Amsterdam met het nieuwe stadhuis in aanbouw, 1652-1689, olieverf op doek, 81x 100cm., Amsterdam, Rijksmuseum

We staan op het aloude centrum van Amsterdam. Het Paleis is het belangrijkste gebouw op het plein. In 1648 (het jaar van het einde van de Tachtigjarige Oorlog) start de bouw van het imposante gebouw dat in 1655 in gebruik wordt genomen als Stadhuis. Het is nog lang niet af, maar een brand in 1652 van het voormalige stadhuis heeft de verhuizing versneld. In 1662 is het gebouw voltooid. Het was destijds het grootste stadhuis van Europa en is gebouwd op 13.659 palen. Het werd bescheiden het achtste wereldwonder genoemd. Het werd gebouwd in de stijl van het Hollands Classicisme naar ontwerp van Jacob van Campen. In het gebouw zijn nog steeds de oorspronkelijke functies van de verschillende kamers zichtbaar, zoals de Schepenzaal en de Vierschaar, waar de doodstraf werd uitgesproken.

In 1808 werd het Stadhuis aan Lodewijk Napoleon aangeboden als Paleis, nadat hij in 1806 door zijn broer Napoleon Bonaparte was aangewezen als koning van Nederland. Op dit balkon sprak hij de woorden: “iek ben konijn van Olland.” Vanaf 1815 werd het paleis voor de Nederlandse koning of koningin, wat het nu nog steeds is. Lodewijk was ook degene die de Waag op de Dam liet slopen, omdat het het uitzicht zo bedierf.

Aan de andere kant van het plein zien we het Nationaal Monument. Het monument werd onthuld op 4 mei 1956 en gedenkt de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Op het pyloon staan vier geboeide mannenfiguren afgebeeld, die de ellende van de oorlog verbeelden. Daarboven staat een vrouw met een kind op haar arm. Ze heeft een krans om haar hoofd en om haar heen vliegen duiven. Zij symboliseert de overwinning, vrede en nieuw leven. De arbeiders rechts en links vertegenwoordigen het verzet, de honden aan hun voeten zijn een veelgebruikte verbeelding van smart en trouw. De gebogen gedenkmuur die om het monument staat, bevat twaalf urnen met aarde van fusillade- en erebegraafplaatsen uit de toenmalige elf provincies en uit voormalig Nederlands-Indië.

Rondom het monument zie je vaak ook veel toeristen staan. Hier begint een groot deel van de ‘gratis’ rondleidingen die door de stad worden gegeven, veelal in het Engels en in het Spaans. Wij sluiten de wandeling hier af.

Je kan via het Rokin of de Kalverstraat teruglopen naar Centraal Station.

 

Disclaimer!

Deze rondleiding is geïnspireerd door een rondleiding die Lisa vroeger aan toeristen gaf. We hebben ons best gedaan de informatie zoveel mogelijk te controleren en als we ergens onzeker over zijn, dit duidelijk aan te geven. We hebben hierbij veel gebruik gemaakt van:

Wijnman Mr. H.F. e.a., Historische Gids van Amsterdam, Amsterdam: Allert de Lange BV, 1974

Mak, G. Een kleine geschiedenis van Amsterdam, Vijftiende druk, Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 1999

Knegtmans, P.J. Amsterdam: Een geschiedenis, Amsterdam: SUN, 2011

Amsterdam.nl

En ahum, wikipedia.org

 

Alle afbeeldingen komen uit de online collectie van het Rijksmuseum en uit de online collectie van het Amsterdam Museum.

Uitgelichte afbeelding: Cornelis Anthonisz. Gezicht op Amsterdam in vogelvlucht, 1538, olieverf op paneel, 116 x 159 cm., Amsterdam, Amsterdam Museum

 

Dat betekent natuurlijk niet dat er geen fouten in staan. We horen het graag als je opmerkingen, verbeteringen of vragen hebt! Ook tips voor leuke hotspots zijn welkom. Stuur een e-mail naar info@theculturallifestyle.nl en we antwoorden zo snel mogelijk.

 

Hieronder een kaart met alle stops (rood) en tips (blauw) in de omgeving.

 

2 thoughts on “Rondwandeling #1: De Toerist

  1. Hi guys – looks amazing. Wondering if there would be an english tour and or an english web version?

    Thanks

    1. Hi Andrea,

      Thanks! Unfortunately we don’t have an English version available yet. We will certainly consider it for future tours. Good to hear you would be interested 🙂

      Best,

      Lisa

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *