De culturele lente begint bij SPRING

Onbekend maakt onbemind, wat de boer niet kent… Komt het je bekend voor? Of ga je altijd op zoek gaat naar iets nieuws en verrassends? Wij gaan vaak wel af op makers of repertoirestukken die we al kennen, maar zijn ook nieuwsgierig en kiezen iets uit met een interessant onderwerp. Hoe meer je ziet, hoe meer je weet en hoe meer je op de hoogte bent van wat er op cultuurgebied gemaakt en gepresenteerd wordt. Als je Toneelgroep Amsterdam leuk vindt, dan ga je niet alleen naar de stukken die Ivo van Hove maakt, maar kijk je ook naar werk van hun gastregisseurs, zoals Sam Gold of Nina Spijkers. En nu al zijn we benieuwd hoe Simon McBurney de acteurs van Toneelgroep Amsterdam regisseert. We hebben hem en zijn werk leren kennen tijdens het Holland Festival, waar hij ons keer op keer verpletterde met zijn waanzininige ensceneringen en acteerspel. Ook krijgen we tips van vrienden en andere bekenden. En daarna en daarom vinden wij het leuk om jullie dan weer te vertellen wat wij allemaal zien en meemaken. Bijvoorbeeld over hoe je een hele lange en heel volle SPRINGdag kunt hebben.

 

Lachen op straat

Tien dagen lang zijn er tijdens SPRING – festival voor (inter)nationale podiumkunsten – meerdere keren per dag voorstellingen te bezoeken, en ook kun je wel eens voor niets ergens heen. Wij werden samen met andere culturele bloggers en vloggers meegenomen door Sophie van SPRING. Zij leidde ons overdag langs vier verschillende installaties. Bij de Stadhuisbrug voert een aantal mensen een bewegende installatie uit van de Japanner Isaac Chong Wai. Het leuke van dit soort performances is dat het voor iedereen toegankelijk is, ook voor het nietsvermoedende winkelpubliek. Tussen een enorme Gerrit Rietveldstoel en een wereldbol waar je je eigen ‘bebloede’ hand tegenaan kan drukken (een antiShellactie) bewogen een stuk of twintig mensen in een bepaald ritme, aangegeven door een metronoomachtig getik. Oud, jong, gekleurd en wit, alles door elkaar. Ik denk dat ze elkaar nadeden, niet alleen in lopen en bewegen. Later is dat duidelijk te zien wanneer ze elkaar nalachen. Alsof er een hysterische en kunstmatige lachsessie in gang werd gezet. Daarna lopen we naar de volgende installatie. Onderweg praat ik met Jeroen, die voor 8weekly schrijft, over dat je bijna overal wel een installatie in kunt zien. De straat is een podium voor ontelbare kunstwerken. Meerdere keren denk ik ‘Hoort dit ook bij SPRING?’. We gaan Jeroen trouwens nog vaker ontmoeten tijdens het festival. Vrijdag a.s. in de voorstelling De geschiedenis van mijn stijfheid van Wunderbaum is hij als performer te zien.

 

De gevallen man

Op de Neude is een groot stuk van het plein met hoge houten schotten afgeschermd voor publiek. Daar wordt gebouwd aan een immens groot beeld; een man die van een sokkel is gevallen. Het is een project van Dries Verhoeven: Sic transit gloria mundi (‘Zo vergaat de wereldse grootheid’). Vanuit een bouwkeet kunnen we zien hoe de bouwvakkers zand storten, rondlopen met allerlei bouwmateriaal en op een betonnen pijp voor zich uit zitten te staren. Het standbeeld wat er uiteindelijk zal komen (toch?) is alvast te koop, als souvenir voor op de schoorsteenschouw of op je nachtkastje. Een triest gevoel daalt op mij neer als ik de foto’s zie die bij het kunstwerk horen. Niet zozeer dat verschillende westerse dictators en onderdrukkers verdreven zijn, maar meer dat zij verdreven worden door andere machthebbers die op hun beurt hun stempel zullen drukken op de maatschappij.

Na de Neude lopen we naar de Stadsschouwburg. Gek om in een theater te zijn zonder lange rijen voor de kassa’s en de garderobe, maar waar je gewoon omhoog kunt lopen om een korte film van Ho Tzu Nyen te zien: een hoop zwaargewichten (letterlijk) en hun fascinatie voor iets lichts, een wolk. 

Van Sophie krijgen we koffie terwijl we wachten op de laatste installatie van de rondleiding. Ik praat met de blogger van Plan your visit over onze blogs en interesses totdat we mogen plaatsnemen in een transparant hok op het grasveld voor de schouwburg. Met een oculus op ons hoofd zitten we in een trein. Ik – of eigenlijk mijn personage – heb een pak aan, met daaronder niets, als ik omlaag kijk, zie ik ‘mijn’ blote buik. Ondertussen probeer ik wat gesprekken aan te gaan met mijn medepassagiers. Als we later nog napraten, blijkt dat iedereen een andere ervaring had.

 

Curly squid en een zwarte bao bun

Na deze vier installaties heb ik honger gekregen. Met vriendin Sarah Faye ga ik eten bij een nieuwe, hippe tent met een vrij druk tropisch interieur. Het is bomvol in The Streetfood Club. We beginnen met een Prince Harry Earl Grey icetea met gember en munt, omdat de royal wedding die dag was. Lekker om je hoofd af te laten koelen na al die indrukken. De eerste hapjes zijn knapperige balletjes met garnalen en kleine vegetarische loempia’s. Daarna drinken we alcoholvrij bier (want we moeten een fris hoofd houden voor de twee avondvoorstellingen) en komt er curly squid met kroepoek, gado gado met onder andere rauwe biet en eetbare bloemen, en een zwarte bao bun met buikspek op tafel. Smaakt goed allemaal! Voor het toetje gaan we naar Abel’s deli voor een SPRING-ijsje. Een zwart hoorntje met vanille soft serve (supersoft en luchtig – bedacht door Hidde de Brabander) en mangodrizzle, een paar gouden balletjes en stukken oranje suikerspin.

 

Dans in de wolken

Niet ver van Abel’s Deli zit Theater Kikker. We gaan daar in de zaal zitten, niet op de tribune, maar op het podium zelf. We zitten kriskras door elkaar en worden gevraagd afval op de grond te gooien. Ik heb helemaal niets bij me, alles wat in mijn tas zit, heb ik nodig. De voorstelling gaat over afval en consumentisme. Vier spelers in oranje pakken (zoals ze ook in Guantánamo Bay droegen) zingen a cappella op musicalachtige wijze over wat we minimaal nodig hebben. Soms raak ik even de draad kwijt, omdat niet altijd goed te verstaan is wat ze zingen, maar ik ben me er volledig van bewust dat ik gezien de inhoud van mijn tas alleen dát bij me heb wat ik echt nodig heb. Bare minimum. Ik voel me er goed bij.

We eindigen de dag met nog meer dans. In de Stadsschouwburg presenteert de Nederlandse choreograaf Anouk van Dijk haar Australische gezelschap Chunky Move in de voorstelling Anti-Gravity. Ze voeren naast veel solitaire stukken, ook een soort rituele – en aanstekelijke – dans uit waarbij ze spelen met de aardse elementen aarde, water en lucht. Die elementen worden op verschillende manieren in de voorstelling getoond; rookwolken, veren die vanuit de lucht omlaag dwarrelen, een immense ballon. Het is de inbreng van de Singaporese kunstenaar Ho Tzu Nyen waar we eerder op de dag de film van zagen. Veel is licht, ook de dans. De dronedreun houdt het in balans en blijft in mijn hoofd hangen als ik in de trein terug zit naar Haarlem.

Bij internationale festivals als SPRING, Amsterdam Fringe en Holland Festival – waarvoor wij werken – zie je veel onbekende makers op het programma staan. Het kan dan lastig zijn om te kiezen. Hoe maak je dan een keuze? Ten eerste lees je onze tips :-), wij hebben voor de genoemde festivals veel voorkennis. Voor SPRING staan ze hier. Ten tweede lees je onze blog (zoals deze) en volg je ons op Instagram en Facebook. SPRING en Holland Festival hebben ook een gids online of in de app voor het geval je last hebt van keuzestress. Wij zijn nog niet klaar met SPRING. Eind deze week zien we de voorstellingen van Wunderbaum en Schweigman&. Zin in een avond met stijve en soepele landgenoten!

 

SPRING duurt nog t/m zaterdag 26 mei

 

credits
foto Sic transit gloria mundi © Willem Popelier
foto Anti-Gravity © Pippa Samaya

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *